Potosi

De hoogste stad ter wereld (zeggen ze). Het gemiddelde van de stad ligt op meer dan 4.000 meter hoogte. Vroeger was deze stad  een belangrijkere stad dan Londen of Parijs en dat allemaal door een berg: de Cerro Rico. De berg waar een verdwaalde Inca zilver heeft gevonden.  We zijn in Potosí!

We hier aangekomen na slechts 3,5 uur in de bus. Het was eerste nog even spannend of we konden gaan want er waren weg blokkades, maar alles verliep redelijk soepeltjes.  Het had ook anders gekund, want de bus voor ons (uur eerder) stond boven op een berg met een gebroken as. Juist ja, die gaat nergens meer heen. Wij hadden 2 plekken over in de bus! Succes hè, rest van de toeristen!

Zoals gezegd, Potosi ligt op meer dan 4.000 meter dus het is weer behoorlijk naar adem happen hier. De hele stad is afhankelijk van de Cerro Rico, de rijke berg. Hier wordt al honderden jaren zilver gewonnen. Eigenlijk zijn alle toeristen hier maar voor 1 ding: een bezoek aan de mijnen. Wij twijfelden eerst een beetje of we het wel moesten doen. Je wordt overal een beetje bang gemaakt voor de gevaren. Je ademt schadelijke stoffen in, het is er nauw en benauwd, er is instortingsgevaar en meer van dit soort dingen.

Na een rondje bij de touroperators kwamen we uit bij The Real Deal. De meneer daar had een overtuigend verhaal en stelde ons gerust. Dus YOLO! We boeken die toer!

Eerst naar de mijnwerkersmarkt. Hier hebben we eerst wat benodigdheden voor de mijnwerkers ingeslagen. We kunnen daar natuurlijk niet met lege handen aankomen. Dus we hebben voor zo’n 2 euro een staaf dynamiet met ontsteker gekocht. Hahah ja echt dynamiet!! We hadden ook coca blaadjes of wat te drinken voor ze kunnen kopen, maar ja, als je dynamiet kan kopen…

Daarna hebben we ons verkleed in de geschikte outfit voor in de mijnen, een soort regenbroek en –jas, rubberen laarzen en een helm met lamp. Zo, we zijn er klaar voor!

Aan een kant van de berg zijn we de mijn ingegaan en aan de andere kant, 2 kilometer verderop kwamen we er weer uit. Ruim 2 uur zijn we in de mijnen geweest (al die tijd had Rens de dynamiet in zijn rugzak….) en het was echt te bizar. Je snapt echt niet hoe die mensen hier kunnen werken, minstens 8 uur per dag. Er werken nog steeds 10.000 mensen in de mijnen hier. Het is er warm, benauwd, het stinkt er op sommige stukken zo dat het wel giftige stoffen moeten zijn die je inademt. Voor het grootste gedeelte konden we wel rechtop lopen maar soms was de doorgang nog geen meter hoog. Zo’n raar idee omdat je midden in een gigantische berg zit en dat ook nog eens op 4.300 meter hoogte. Oh ja, en je kon wel de buizen en muren enzo wel aanraken met je handen, als je daarna maar niet je vingers aflikt!  Zoals een Nederlandse man zei; je hebt nooit de behoefte om aan je handen te likken, maar je moest je nu een paar uur in houden! Ook kom je er achter hoe vaak je in je ogen wilt wrijven en in je neus wilt peuteren, wat dus ook niet kan..

Onze gids was een ex-mijnwerker dus hij wist ons veel te vertellen over het leven hier. Hij was al op zijn 13e begonnen in de mijnen. Het is een soort familietraditie; als je vader mijnwerker is, word jij dat ook. Hoewel de omstandigheden hier echt onvoorstelbaar en zo ongezond zijn, kiezen de meeste mannen die hier werken er wel zelf voor. Het verdient nou eenmaal relatief goed.

Onderweg zijn we een paar mijnwerkers tegengekomen waar we een praatje mee konden maken. Vonden zij ook wel leuk een beetje afleiding. Maar niet te lang, want er moest wel gewerkt worden! Rens kreeg een schep in zijn handen geduwd, werken zal je! Na 4 keer schepen stond het zweet op zijn kop en had hij geen adem meer.. Nee, een mijnwerker zal hij niet worden.

We zijn nog even langs Tio (Tio betekent oom in het Spaans) geweest, dit is de beschermheilige van de mijnwerkers. Elke vrijdag wordt bij dit beeld een ritueel uitgevoerd om hem tevreden te houden in de hoop op een goede opbrengst in de mijn. Hij krijgt sigaretten, coca blaadjes en er wordt wat 96% alcohol op de grond voor zijn voeten geschonken. Daarna zetten de mijnwerkers vaak zelf ook op een zuipen. Je kan wel nagaan hoe dat er aan toegaat met flesjes 96% alcohol. Het mag ook zeker niet gemixt worden met sap ofzo, want dat brengt ongeluk. Dan zal namelijk ook de zilvererts die ze vinden gemixt zijn met meer afval. Aangezien wij deze fantastische zelf bedachte karma geen bad luck willen geven hebben wij ook een klein slokje genomen van de alcohol. Te smerig. (Rens was wel gelijk van zijn keelpijn af..)

Wat een leven hebben die mensen. Wij waren na 2 uur al blij dat we er weer uit mochten, zij zitten hier dag in dag uit. Ze eten overdag niet, behalve dan een zak coca blaadjes. Je ziet ze ook allemaal met een grote bal van die blaadjes in hun wang lopen. De meeste mijnwerkers worden niet oud door longziekten. Toch hoeven we volgens onze gids geen medelijden te hebben. De mijnwerkers zijn volgens hem altijd blij om te gaan werken en ze hebben het goed. Ik weet niet of ik dit allemaal moet geloven. Ik zou in ieder geval niet met ze willen ruilen.

De volgende dag wilden we Potosi eigenlijk verlaten om door te reizen naar Tupiza. Ware het niet dat er weer eens een weg blokkade is en de hele stad is afgesloten. Iedereen staakt en er is geen mogelijkheid om de stad uit te komen. Dus hebben we nog maar even wat cultuur gesnoven. We zijn eerst naar het geld museum geweest. Hier werden tot 1951 alle munten van Bolivia gemaakt en in de koloniale tijd zelfs de munten van bijna heel Zuid-Amerika.

Maar onze toer begon anders dan normaal. We zijn er weer eens achter gekomen hoe dit land in elkaar zit. Picture this: je staat met je gids in een zaaltje met 7 (lelijke) schilderijen waar ze wat over wil zeggen. Maar haar telefoon bleef maar af gaan. Sorry I have little problemen. Uno pocito momentito ok?  Aangezien wij toch redelijk Spaans verstaan hadden we al snel door dat de mevrouw niet een klein probleempje had. Uiteindelijk bleek dat ze al 16 jaar als Engelstalige gids in dit museum werkt, maar nu ineens moet ze een certificaat halen voor haar Engels. Via een Amerikaans bedrijf had ze een cursus gekocht van 400 US dollars. Maar elke keer (om een of andere vage reden) moest ze steeds meer gaan betalen en nu is het 1000 US dollars! Dit is voor ons al veel geld laat staan voor de mensen hier (minimum loon is hier zo’n 110 euro per maand). Dit kan ze dus nooit betalen, maar aan het eind van het jaar moet ze het certificaat hebben, anders wordt ze ontslagen. Stond ze daar met tranen in haar ogen te vertellen. Ze besefte net dat ze eind van het dit jaar werkeloos wordt in dit land. Waar geen sociaal vangnet of iets dergelijks is…Zo zielig en oneerlijk.

Na een half uurtje over Bolivia en de regering enzo gepraat te hebben zei ze: ‘I still have to show you the museum’. Dus gingen we door met de toer. Mooi was het om er achter te komen dat in Potosi de US dollar is ontstaan.  Tevens zijn bijna alle munten een afgeleide van de munten die hier ooit zijn geslagen. Ook onze Nederlandse gulden.

’s Middags zijn we nog naar een nonnen klooster geweest. Was heel mooi hoor, maar het was meer tijdverdrijf. Voor de rest was namelijk alles dicht in de stad, alle winkels, de meeste restaurants, er was niks te beleven.  ‘s Avonds nog maar een keer luxe uit eten want we gaan naar Tupiza, tijd voor de zoutvlaktes!

Als we weg mogen van de mensen hier ;-)

Als toetje: de foto’s

 

Besos!

 

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>